Great Barrier Reef

Great Barrier Reef

Er waren een aantal cruises waarmee we de Great Barrier Reef op konden. Uiteindelijk hadden we voor een wat kleiner bedrijf gekozen. Dit bedrijf had alleen maar zeebiologen in dienst en nam maar een beperkt aantal mensen mee het reef op. Dit sprak ons wel aan en uiteindelijk bleek dit ook de juiste keuze.

We moesten vroeg opstaan om vervolgens vanuit onze free-camp (gratis camping-spot) vanuit de bergen naar Port Douglas te rijden. Hier vertrokken we om 8 uur met de boot naar het Opal reef. We hadden speciaal voor dit reef gekozen, omdat dit een van de weinige reefs is waar de kleuren nog duidelijk aanwezig zijn. Het gaat, door de opwarming van het water, niet goed met het reef, waardoor de kleuren verloren gaan.

Tijdens onze trip zijn we naar 3 verschillende plekken gegaan en ik kan je zeggen…. Het was gaaf!! We kregen voordat we het water ingingen speciale stingersuits aan (een zwart pak voor over je lichaam, benen, armen, handen en hoofd zodat je moeilijk gestoken kan worden) en konden daarna het water in. Op het moment dat je het water ingaat kijk je onder water even goed om je heen en gelijk zwom er al een gigantische vis voorbij. Beetje creepy, maar hij was gewoon nieuwsgierig. Je mocht alleen niet aanraken. Daarna kon je vrij zwemmen bij het reef. Super mooi. We hebben nog nooit zoveel verschillende kleuren vissen en koraal gezien en de hele beleving was echt fantastisch. Er werd door de biologen af en toe wat naar boven gehaald en Kim heeft zelfs nog een grote zeekomkommer vastgehouden. Dit is eigenlijk een grote spier met een verteringsysteem. Deze dieren hebben geen hersenen maar schijnen alleen de filters van de oceaan te zijn.

De laatste reef was de meest bijzondere. Hier werd verteld dat je vanuit de boot via reef kanalen moest zwemmen, totdat je bij een soort van grote “vissenkom” kwam. Hier waren echt alle soorten vissen en koraal in alle felle kleuren te vinden. Al dat leven en al die kleuren was zo mooi om te zien. De biologen lieten vaak speciale dingen zien, zoals gigantische soort oesters die dicht gaan als je je arm voor hun “bek” heen en weer beweegt. We hebben de clownfish (nemo) gespot, prachtige anemonen en heel veel bijzondere vissen die we nog nooit eerder hebben gezien. Deze hele dag was eigenlijk niet te beschrijven hoe bijzonder het was.

Na de fantastische dag op de outer reef, zijn we begonnen aan onze reis terug naar het zuiden. Onderweg hadden we nog afgesproken met wat andere reizigers die we al eerder ontmoet hadden en in de buurt waren. Hiermee zijn we nog naar een waterval geweest en hebben daar heerlijk gezwommen en van de rotsen gegleden. Voelden ons weer helemaal weer kind :p

Uiteindelijk hebben we nog bij de Whitsunday Islands een tour gedaan langs whitehaven beach. We hebben nog nooit zo’n mooi strand gezien. Spierwit poederzand, prachtig helder blauwe water. Echt een bounty island.

Terwijl we doorreisden kwamen we er langzaam achter dat we eigenlijk wel een beetje klaar waren met reizen (voor nu). Ik heb in Australië in korte tijd 20.000 kilometer afgelegd en ben het autorijden momenteel helemaal zat. In Australië hebben we alles kunnen zien en beleven wat we wilden dus hier zijn we wel uitgereisd. We hadden ons nog wel even verdiept in andere landen in Azië waar we misschien nog wilden kijken maar merkten naarmate de tijd verstreek dat we allebei momenteel een beetje reismoe zijn. Na veel praten, wikken en wegen kwamen we er samen uit dat het goed geweest is zo. We hebben 7 fantastische maanden mogen reizen. Een ervaring die niemand ons meer afpakt maar voor nu is het goed zo. We verkopen onze Sunny en gaan lekker naar huis. Terug naar Nederland, lekker met jullie de zomer vieren.. want dat hebben we tenslotte nog niet genoeg gedaan 😉

Aangezien het nu low-season in Australie is dachten we dat het nog wel eens lastig kon worden om de camper te verkopen. We hadden dus 2 maanden gerekend voor de verkoop en besloten hem daarom al bij Airlie Beach op Gumtree (ebay) te zetten met als kanttekening dat we nog aan het reizen waren richting Sydney en dat we met 2 weken eerst in Byron Bay zouden aankomen voor we naar Sydney door zouden reizen.

Wat echter bleek, was dat onze gele hippiecamper wel heel erg gewild was. Binnen drie dagen hadden we al acht geïnteresseerden voor onze Sunny! Vanaf toen ging het eigenlijk heel snel.  Onze eerste kijker, Channey genaamd, hadden we op de Goldcoast. We spraken af dat we op onze route richting Byron Bay wel even bij haar langs zouden rijden. Ze was heel erg geïnteresseerd en een vriend van haar (een monteur) was ook heel enthousiast over de staat van onze Sunny. Nog geen twee uur later kregen we dan ook ons eerste bod. Dit bod was alleen 1000 dollar lager dan onze vraagprijs en dit vonden wij dan ook te laag. We hadden een redelijk tegenbod gedaan van wat wij vonden dat Sunny minimaal waard was. Hier ging ze niet direct mee akkoord, omdat ze niet zeker wist of ze het geld bij elkaar kon krijgen. Ze zou het ons de komende dagen laten weten zei ze. Wij hadden echter al onze volgende kijker op onze route gepland staan en haar dat ook verteld. Dus als ze hem wilden kopen ze dat dan wel vandaag of morgen moest laten weten.

Een dag later hadden we onze volgende afspraak staan in Byron Bay met twee Fransen meiden. Ook zij waren dol enthousiast alleen wilden ze nog wel even voor dat ze een bod gingen doen met Sunny langs de garage voor een check. Helaas, voor hun, bleek toen we aankwamen bij de garage dat deze gesloten was (het was tenslotte zaterdag). Ze vroegen of we na het weekend met hun een afspraak konden maken om de check uit te kunnen voeren. Op dat moment kregen we een berichtje van Channey waarin ze stuurden dat ze hoopten dat de camper nog niet verkocht was. We lieten die Franse meiden dan ook weten dat we het prima vonden om na het weekend met hun een afspraak te maken maar dat de kans groot was dat de camper dit weekend al verkocht kon zijn.

Deze Fransen meiden zaten zelf ook in een moeilijk pakket aangezien ze aankomende week hun appartement in Byron Bay uit moesten. Gunstig voor ons. Dus na een lange discussie tussen de Fransen zeiden wij dat ze echt niet bang hoefden te wezen dat ze een miskoop zouden hebben. Dat er eergister nog een monteur naar gekeken had, de vriend van Channey, en dat hij erg enthousiast was. Voor het laatste zetje lieten we ook nog even het net gestuurde bericht zien die Channey had gestuurd en dat was geloof ik de druppel. ‘We have a deal!’ zei een van de Fransen. We nemen hem voor de vraagpijs! Nou je kan wel geloven dat Kim en ik het weekend op een roze wolk zaten. Binnen 2 weken de bus verkocht voor de vraagprijs!

Wij hadden de volgende dag weer onze backpacks tevoorschijn gehaald en zijn druk bezig geweest met inpakken. Na zondag toch nog even een gedoe van de fransen betreft geld, afspraken en de slechte communicatie van hun kant door gebrekkig Engels, hebben we maandag dan toch nog onze  Sunny overgeschreven op hun naam en het geld in ontvangst genomen.

Het was wel even raar en moeilijk om afscheid te nemen van onze fantastische Sunny, ons trouwe huisje op wielen waar we zoveel mee hebben meegemaakt. Maar het hielp wel dat we er goed geld voor hadden gekregen en over de verkoop geen 2 maanden, maar 2 weken deden.

Dit hebben we natuurlijk heerlijk gevierd door in Byron Bay  een restaurantje te pakken. Eindelijk niet op een budget.  Die avond hebben we direct een nachtbus geregeld richting Sydney. Hier hadden we hetzelfde hostel geboekt die we ook aan het begin van onze reis hadden. Ondertussen had ik ook contact gehad met Kilroy om de vliegtickets om te zetten. Ook dit ging allemaal sneller dan verwacht waardoor we aanstaande zaterdag 28 mei terugvliegen naar Amsterdam. Na een lange vlucht komen we dan op maandag 30 mei in de ochtend aan op Schiphol.

Maar voor nu zijn we heerlijk aan het genieten in Sydney. Via ons Hostel kregen we gratis kaarten voor de Musical; We will rock you van Queen en zijn we gisteren naar de grootste Imax cinema in de wereld geweest, de film Junglebook. Een heerlijke afsluiting van onze reis.

Terugkijkend op onze reis hebben we echt zulke fantastische ervaringen opgedaan en zijn we op hele bijzondere plekken op de wereld geweest. Van het lekkere eten en de mooie cultuur in Thailand, de jungle en mooie natuur van Loas, tot het gigantische en bijzondere Australië. Tasmanië hebben we samen met Carina en Gino afgereisd en we moeten zeggen, dat wij dit ook wel het mooiste deel van Australië vonden. Naar het noorden van Thailand gaan we zeker nog een keer terug en andere landen in Azië staan nog op ons verlanglijstje. Gelukkig hebben we nog een heel leven om hierheen te gaan en we zijn er wel uit dat deze reis het begin was van de vele reizen die nog gaan volgen. Met een super gelukkig, voldaan gevoel en nog verliefder dan we al waren keren we terug naar huis. Holland here we come!

Eastcoast

Eastcoast

Vanuit de Blue Mountain’s hadden we besloten richting het Noorden te reizen.

Omdat onze werk plannen niet echt gelopen waren zoals we gehoopt hadden en het in het zuiden “winter” begon te worden leek het ons een goed plan de zon achterna te gaan reizen, op naar de East Coast!

Dit echter met nog maar een budget voor twee maanden. Maar dan hebben we tenminste wel de East Coast gezien en wie weet komt er onderweg nog wel een leuke baantje op ons pad.

We zijn nu inmiddels zo’n eenentwintig dagen verder en terwijl ik dit schrijf staan we op een parkeerplaats in Port Douglas, iets boven Cairns, bij een gratis WiFi hotspot.

Deze eenentwintig dagen hebben we geleefd als echte hippies. Dat houd in dat we alleen maar free-camps (gratis campings) hebben gepakt. Gegeten hebben van zo’n € 8,00 per dag en ons gewassen / gedoucht hebben in zee of onder een van de gratis douches op t strand. En we moeten je zeggen.. t bevalt ons prima! Benzine is nog onze grootste kosten post maar voor de rest is het gewoon kicken om met bijna geen uitgaven de dagen door te komen. Je komt af en toe op zulke bijzondere plekken. Ja, op sommige plekken moet je wel even twee keer slikken als je de wc deur open doet.. maar op de meeste campings heb je gewoon net zulke nette wc’s als op de betaalde campings en heel soms heb je zelfs een gratis (warme) douche!!! Tomas heeft in zijn verslag al verteld over onze ontmoeting met de Wombats maar zo hebben we ook op een camping gestaan met honderden vuurvliegjes en bomen vol met vliegende honden (soort vleermuizen maar dan de helft groter) die bij zonsondergang met honderden tegelijk boven je camper uitvliegen. Klinkt misschien beetje creepy maar t was echt heel cool.

Aangezien het de afgelopen week keihard heeft geregend besloten we gelijk door te reizen naar onze eind bestemming van de East Coast, Port Douglas, vanuit hier zullen we uiteindelijk terug reizen naar Sydney.

Port Douglas is echt een mooi plaatsje aan zee, iets boven Cairns. Elke dag rijden we zo’n 40 minuutjes van onze free-camp naar de hoofdstraat van Port Douglas. Slenteren een beetje door de straatjes, lopen winkeltjes in en uit. Bekijken wat marktjes en als het weer mee zit luieren we wat in een parkje aan zee onder de palmbomen. Zwaar leven. :p

Hoe verder we omhoog reden richting het Noorden hoe meer waarschuwingsborden we aan het strand tegen komen met pas op: stingers, krokodillen en zelfs haaien! Brrrr.. mij dus echt niet in het water gezien!! Maarja.. nu zijn we dus bij Port Douglas en laat je hier nou net fantastisch kunnen snorkelen bij de Great Barrier Reef.. ? Ghehe Ik vind het heel spannend om het water in te moeten maar snorkelen bij de mooiste reef van de wereld kunnen we natuurlijk niet overslaan. Dus.. hebben we voor aankomende woensdag een snorkel tour geboekt.. spannend! Verslag volgt!

Blue Mountains

Blue Mountains

Nadat Carina weer terug naar Nederland was gevlogen, was Gino nog een kleine week bij ons in Warragul voordat hij naar vrienden vertrok in Clyde, Thom en Mahalia. Een weekend daarna hebben wij Gino opgezocht. Thom en Hamalia waren super gastvrij. Er werd heerlijk voor ons gekookt, lam met aardappeltjes en groenten. Ook hadden ze allemaal Nederlandse koekjes in huis gehaald, ja dat hebben ze hier ook in de schappen liggen, stroopwafels, speculaas en bitterkoekjes. ‘s Avonds namen ze ons mee naar een drive-in bioscoop, zoals in Amerikaanse films. Super gaaf. We hadden onwijs genoten. Gino is het weekend daarna doorgevlogen naar Nieuw-Zeeland.

Wij zijn die weken erna druk bezig geweest met werk zoeken. Dit bleek echter moeilijker dan we gehoopt hadden. Het hoogseizoen in het zuiden was voorbij en de winter kwam eraan. Dit betekende niet alleen dat er weinig werk was, maar ook dat het fris werd. Vooral in de avond en ochtend. Brrrrr….. Gelukkig kregen we van een hele lieve buurvrouw, waar we een keer voor gekookt hadden, tijdens Pasen een elektrisch kacheltje cadeau. Super lief want die hadden we ook hard nodig. Overdag was het nog 20 graden en ’s avonds zaten we wolkjes te blazen in onze camper.

Na een week rond te hebben gekeken voor werk hadden we een dorp verder, in Packenham, gesoliciteerd bij Avan campers. Gino had hier een paar jaar geleden gewerkt en hier schenen ze vaak mensen aan te nemen en goed te zijn met betalen. Het idee was dan dat ik de Campers van binnen in elkaar ging zetten en dat Kim ze daarna schoon ging maken voor de verkoop. Vlak voor Pasen hadden we onze sollicitatiebrieven ingeleverd en er werd ons verteld dat we na Pasen gebeld zouden worden. Dit zou wel even kunnen duren, omdat het bedrijf met Pasen dicht zou zijn. Na ruim een week wachten heb ik de telefoon gepakt en de PR manager zelf maar gebeld. Hij zei dat hij even ging kijken waar hij ons in het bedrijf kon plaatsen en verzekerde ons dat hij de week erna op de dinsdag of woensdag terug zou bellen. Die dagen belde hij ook niet, dus had ik weer de telefoon gepakt. Na een aantal keer zeggen dat hij terug zou bellen en hij ons wel hoop gaf door te zeggen dat er waarschijnlijk wel plek zou zijn, werden we toch weer niet teruggebeld. We waren er een beetje klaar mee, dus belde ik hem voor de laatste keer vriendelijk op met het verzoek of hij ons duidelijkheid kon geven. Hier kregen we het antwoord dat er op het moment geen werk was, maar misschien de week erop wel, dus of we nog even wilden wachten. Hier heb ik hem netjes duidelijk gemaakt dat ik het absoluut niet netjes vond om ons valse hoop te geven en zijn bel afspraken niet na te komen. Uiteindelijk bood hij zijn excuses aan dat het inderdaad niet netjes van hem was. Prima, maar wij gaan niet nog een week wachten. Dit was het moment dat we besloten naar het noorden door te reizen, de zon achterna.

De eerste rit die we maakte was richting de blue mountains boven Sydney via de kustroute. Dit was ongeveer 1200 km rijden. We hebben dit met 2 overnachtingen gedaan, waarvan de tweede op een bijzondere plek. De 2de overnachting kwamen we op een freecamp in kangaroo valley. Hier kwamen we aan op een grote en goed onderhouden camping met veel gras, midden in de bergen. Echt een hele mooie plek. Dat het hier donker werd en wij lekker aan het relaxen waren, begon ineens de camper heen en weer te schommelen. Kim: “Tomas, doe jij dat”? Tomas: “Nope”. Wij met een zaklamp naar buiten schijnen, bleek het dus een Wombat te zijn die jeuk had aan z’n kont en onze treeplank van de camper gebruikte om tegenaan te schuren. Hadden niet verwacht dat die beesten zo groot waren. Heel bizar. Het schijnt dat Wombats de hele dag slapen in hun hol en ’s avonds gras eten. Voor de rest doen ze vrij weinig. Ze zien ook bijna niks, dus dat wij naar de wc gingen moesten we uitkijken dat we niet tegen een Wombat aanliepen.

De dagen erna hebben we in de blue mountains vertoefd. Hier wilden we graag een wandeling maken en de three sisters bekijken. Dit is een bijzondere rotsformatie in de oudste vallei van de wereld (volgens sommige websites). In ieder geval heel oud. We kwamen hier vroeg aan om de drukte voor te zijn. Het was die ochtend vrij mistig, dus dat gaf een bijzonder effect. We hadden bedacht de wandeling te doen met de 900 traptreden. Met deze wandeling kom je langs punten met mooie uitzichten over de vallei en de blue mountains. Het is normaal de bedoeling dat je met de 900 traptreden stijl omlaag gaat naar het dal en vanaf daar met een kleine wandeling met een soort trein weer omhoog. Wij hadden echter bedacht dat we die berg ook weer omhoog wilden en dus niet met de trein terug wilden gaan. Dat betekende dus spierpijn de volgende ochtend. But we did it!

De volgende freecamp was wat dieper de blue mountains in. Sunny had het even zwaar, maar ging lekker op z’n eigen tempo de bergen in. Op deze freecamp stonden we aan een groot meer met vele andere reizigers. Deze plek hadden we uitgezocht, omdat hier gratis douches waren. Aangezien Australië heel duur is en de freecamps over het algemeen wel bevallen, hebben we besloten om de hele reis langs de eastcoast, freecamps te pakken. Scheelt ons toch weer 40 dollar per dag. Dit betekent echter wel dat we af en toe iets om moeten rijden om te douchen of wat vaker de zee in moeten springen. Heel vervelend.

Vanaf Sydney zullen we onze rit vervolgen richting de eastcoast. Het zal een lange rit worden, vooral omdat je over het algemeen maximaal 100 rijdt. We zullen het zien.

Great Ocean Road

Great Ocean Road

Eenmaal terug op het vaste land van Australië zijn we in Geelong naar het ziekenhuis geweest voor een controle foto van m’n moeders arm. Na anderhalf uur stonden we weer buiten, alles zag er gelukkig goed uit en konden we met een gerust hart aan onze laatste roadtrip beginnen, de Great Ocean Road.

Tomas: “In de nacht van 8 op 9 maart 2016 (8 maart Nederlandse tijd) werd ik gebeld met heel bijzonder nieuws. Mijn broer en schoonzus hebben een klein jongetje op de wereld gezet genaamd, Quinn. Ik was door het nieuws een beetje van slag en kreeg direct heimwee naar huis. We wisten op het moment dat we vertrokken dat we dit mooie moment zouden gaan missen, maar ik wist niet dat het zoveel emoties in mij op zou roepen. Echt heel bijzonder en speciaal. Gelukkig kunnen we door middel van Skype mijn kleine neefje alsnog zien en worden we goed op de hoogte gehouden met foto’s en filmpjes.”

De Great Ocean Road is een weg langs de zuidkust van de Australische staat Victoria en wordt de mooiste autoroute van Australië genoemd.

De Great Ocean Road is ontstaan na de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd de aanleg begonnen door soldaten die van de Eerste Wereldoorlog terugkwamen. De Great Ocean Road werd gewijd aan de slachtoffers van de oorlog en is dan ook het grootste oorlogsmonument voor slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog. Na jaren van werk met enkel pikhouwelen werd de Great Ocean in 1932 voltooid.

In Turquay begon onze roadtrip over de Great Ocean Road. Turquay ligt ongeveer negentig kilometer ten zuidoosten van Melbourne en is volledig gewijd aan surfen. Vanaf hier reden we ook langs het beroemde Bells Beach wat ook erg beroemd is onder surfers. Van jong tot oud zie je zie hier op de plank staan.

Vanaf hier zijn wij in een rustig tempo naar Apollo Bay gereden waar we de nacht hebben doorgebracht. Tussendoor kwamen we nog langs een klein, chic kustplaatsje genaamd Lorne. Hier hebben we even een koffie pauze gehouden en zijn we wat (surf) winkeltjes in en uit geslenterd. Hier werden we ook begroet door tientallen brutale witte papegaaien die op de tafeltjes sprongen in de hoop op wat lekkers. Echt heel gaaf en indrukwekkend weer om deze dieren van dichtbij te mogen bewonderen en te beseffen dat deze dieren hier gewoon in vrijheid rond fladderen.

Het stuk tussen Lorne en Apollo Bay is het hoogtepunt van The Great Ocean Road. De tweebaansweg wordt er bochtiger en bochtiger. De weg volgt de kustlijn over vele kilometers op slechts enkele meters van de oceaan en zijn gapende kliffen. Het landschap verandert ook voortdurend. Akkers en weilanden veranderen in dichte bossen en steile rotsen. Het uitzicht is werkelijk betoverend.

De Great Ocean Road is helaas wel een echte toeristische trekpleister. Elk uitkijkpunt sta je met een kluitje mensen en bij sommige plekken moet je zelfs dringen om een mooi plekje te bemachtigen. De campings zijn ook zwaar overpriced zo betaal je 60 dollar voor een plekje met z’n tweeën en daar komt dan 10 dollar per extra volwassen persoon bij. Dan kom je dus uit op 80 dollar met z’n vieren terwijl we normaal zo’n 45 dollar met z’n vieren betaalde. Dus ja, het is misschien niet zo netjes, maar hebben we dus een beetje gesmokkeld en gezegd dat we met z’n drieën waren ipv met z’n vieren. Ja je bent niet voor niks een backpacker he. Alle kleintjes helpen.

De volgende dag zijn we naar de London Arch, voorheen London Bridge, gereden en de populairste attractie van de Great Ocean Road; de rotsengroep The Twelve Apostles. Deze kalkstenen rotsblokken rijzen rechtop uit de zee en maken de kust nog fotogenieker dan deze al was. De Twelve Apostles hebben er zo’n twintig miljoen jaar over gedaan om tot deze formatie te komen.  Hoewel de naam van deze beroemde rotsformatie aan de Australische zuidkust doet vermoeden dat er twaalf ‘apostelen’ staan, zijn dit er in werkelijkheid slechts negen. Inmiddels nog maar acht.

Het uitzicht was echt maar dan ook ECHT prachtig. Het leek wel een schilderij zo mooi! Alleen weer niet normaal hoe toeristisch. Hier was het echt dringen voor een goed plekje om een mooie foto te kunnen maken, wat een mensen. Bussen vol met chinezen werden er  afgezet en af en aan vlogen helikopters vol toeristen over de apostelen. Gekkenhuis.. maar het is zeker wel de moeite waard om de apostelen te bekijken.

Na een tweede overnachting langs de Great Ocean Road zijn we de volgende dag in een rustig tempo langs de zelfde weg terug gereden richting een camping in Geelong. Hier kon m’n moeder nog even wat dingen wassen en rustig haar tas in pakken voor dat ze het vliegtuig weer terug moest pakken naar Nederland. Gino vliegt niet mee terug met mijn moeder naar Nederland. Gino vliegt na een vriendenbezoek hier in Clyde op zaterdag 26 maart door naar Nieuw-Zeeland waar zijn individuele reis begint.

M’n moeder heeft ons namens haar en m’n vader nog een avondje getrakteerd op een etentje. En toen was het helaas zover, 14 maart om 21:00, na nog een dagje Melbourne in te zijn geweest hebben we m’n moeder ’s avonds uit moeten zwaaien op het vliegveld van Melbourne. Poeh, wat vond ik het weer zwaar en vervelend. Stond ze daar in d’r eentje met haar zeere gebroken arm, blij dat ze terug ging naar mijn vader en zusje, verdrietig omdat ze ons hier weer achter moest laten.

Wat een fantastische maand hebben we samen gehad, hoe bijzonder en uniek was het dat we dit hebben mogen doen met z’n vieren. Het is voorbij gevlogen. Zo kijk je er nog naar uit en zo is het alweer voorbij. Maar dat hoort er bij.. aan alles komt weer een eind. Het was in ieder geval een reis die we alle vier nooit zullen vergeten.

Lieve Gino & Carina bedankt voor jullie gezelligheid, we hebben onwijs met jullie genoten!

Tasmanie deel 2

Tasmanie deel 2

Na het prachtige Maria Island zijn we doorgereden naar Hobart. We hadden van veel mensen gehoord dat hier een beroemd museum zou zijn, genaamd MONA (Museum of Old and New Art). Wij hadden hoge verwachtingen van dit museum en besloten dus ook om 35 dollar per kaartje uit te geven. MONA ligt iets boven Hobart in een buitenwijk. Het museum is gebouwd door de Australische ondernemer, David Walsh welke opgegroeide in deze wijk. Hij heeft het museum hier gebouwd om de wijk meer te laten bloeien. David Walsh is rijk geworden door algoritmes te gebruiken tijdens kansspelen en om op die manier casino’s te verslaan in hun eigen spel. Er zijn zelfs mensen die speciaal naar Hobart vliegen voor dit museum. Het zou gaan om een deel van zijn privéverzameling.

Het gebouw zelf is deels onder de grond en zag er heel bijzonder uit. Dat mocht ook wel, want om het gebouw te bouwen was er 80 miljoen dollar nodig en in het gebouw staat nog eens voor ruim 30 miljoen dollar aan kunst. We moesten een aantal trappen naar beneden om de eerste delen van de kunst te zien. Ik ga verder niet zoveel vertellen over zijn kunstcollectie en de exposities, maar het sloeg absoluut helemaal nergens op. Ik heb aardig wat kunst en museums gezien in mijn leven en vaak zit er een verhaal achter wat dan bijzonder of interessant kan zijn, maar dit sloeg gewoon helemaal nergens op. Dit was in mijn ogen “kunst” van kunstenaars waarvan de kunstenaars niet helemaal goed waren ofzo. Wij snapten ook niet waarom iedereen dit zo bijzonder vond. Ik heb nog geprobeerd om de achterliggende gedachte achter de kunst te begrijpen, maar na veel lezen over de “kunstenaars” bleek deze er gewoon niet te zijn. Denk aan racistische poster waar de mening van de kunstenaars in your face was, aan ingegipste vagina’s aan de muur of een huppelende vrouw in een kinderjurk, een gemummificeerd paard aan het plafond tot een poepmachine. Was het dus een kunstmuseum? Nee, dit was een verzameling van random bizarre en nietszeggende objecten. Meestal ben je na het zien van bepaalde dingen blij dat je het toch gedaan hebt, maar in dit geval was het zonde van ons geld.

Na het Mona museum zijn we doorgereden naar een camping in Snug. Dit is een dorpje iets naast Hobart aan het strand. We zijn vanaf dit dorpje naar de Tahune Airwalk geweest. Deze Airwalk ligt midden in een Nationaal Park en was best nog een stukje rijden. De Tahune Airwalk is een aangelegde constructie ver boven de grond, waarmee je door de bomen heen loopt met mooie uitzichten over de rivieren. Het was vooral een hele mooie wandeling.

Terug in Snug hebben een avondje kangoeroe gegeten om het toch eens te proberen. Het is wat steviger vlees, maar niet heel anders dan ander vlees. Op 4 maart hebben we de verjaardag van Kim gevierd.

Kim: ‘Ik voelde me echt jarig! Ik werd ’s morgens wakker met een heerlijk zonnetje en een strak blauwe lucht (in Nederland heb ik meestal winterweer). Gino vroeg of ik mee wilde lopen richting strand, daar had hij een picknicktafel versierd en een ontbijtje in elkaar geflanst, zo lief! Ik kreeg allemaal lieve kaartjes, cadeautjes en telefoontjes van het thuisfront. Na het eten speelde Gino ook nog eens een stukje op zijn Ukelele. Echt zo onwijs lief!! Ik was helemaal overdonderd. ’s Avonds als afsluiting nam m’n moeder ons ook nog mee uiteten. Gewoon een top verjaardag gehad dus!’

Na Kim d’r verjaardag zijn we in één keer weer naar het noorden gereden. Dit keer richting het stadje Pinguïn. Pinguïn is een stadje 30 minuten van Devonport vanwaar we de boot weer terug namen naar Melbourne. We kwamen aan bij een camping vlak langs het water. We hadden ons campertje neergezet op een plek met een prachtig uitzicht en heerlijk zacht gras. Die avond had Carina ons mee uit eten genomen, omdat Kim nog steeds jarig was. We wilden allemaal graag Thais eten en bleek het nou dat in Pinguïn een van de beste Thaise restaurants was. Tenminste, dit vertelde de eigenaar van dat restaurant ons voordat we naar binnen gingen. Haha. Gelukkig werden er heerlijke gerechten voor ons op tafel gezet. Zelfs zo lekker, dat we de dag erna weer hier zijn gaan eten. Erg he….. Pinguïn zelf stelde niet zo heel veel voor. Er was een klein marktje met antiek en Gino had sjans van een chinees waar hij niet meer vanaf kwam. We hebben ons hier dus wel geamuseerd.

Op 7 maart moesten we weer vroeg ons bed uit. Vandaag was de dag aangekomen dat we weg gaan van het fantastische Tasmanië. We moesten om 6 uur in de ochtend inchecken en werd er weer een papiertje met elastiekje om onze gastank gedaan. Om 9 uur vertrok de boot en moesten we weer 9 uur varen. Toch maar even naar de bioscoop geweest op de boot om de tijd te verdoen en ik had de nieuwste Star Wars nog niet gezien. We hebben gedurende onze tijd op Tasmanië heel veel geluk gehad met het weer. Voordat we er waren was het namelijk rond de 19 graden en de dag nadat we weer terug waren op het vaste land werd het er rond de 14 graden. Wij hebben 2 weken lang rond de 25 graden zon gehad en waren dus met z’n allen lekker verkleurd. Helaas was Carina naast bruin ook blauw verkleurd.

We hebben met z’n allen onwijs genoten van Tasmanië en hadden niet verwacht dat het zo ontzettend mooi was. Het weer speelde natuurlijk ook zijn rol, maar Tasmanië is wel een hele bijzondere plek op deze aarde en we zijn blij dat we dit tijdens onze reis hebben mogen zien.

“I love to sit in silence,, 
Beneath the shady trees and listen to the song of birds and the buzz of bees.. 
I love to sit in Silence and watch the clouds roll by..
Then read a book or sing a song and hear the wild birds cry..
I Love to sit in silence,,
When the day is almost done and see behind the distant hill..
The paint glow of the sun”

Maria Island Tasmanie

Maria Island Tasmanie

Nou daar waren ze dan eindelijk hoor m’n moeder en broertje bij ons hier in Australië. Ik moest telkens even achterom kijken of ze nou echt ECHT nog bij ons achter in de camper zaten.. heel gaaf!

En toen brak m’n lieve moedertje d’r arm!!! Kan je het geloven?! Precies als ze even een maandje bij ons hier vakantie komt vieren. Arme lieve moetie!

Gino en ik lagen samen in Gino’s tentje te wachten toen ze eindelijk rond 2 uur ’s nachts aan kwamen rijden van het ziekenhuis in Hobart. Dus toch gebroken! M’n moeder doet ook altijd veel te stoer. Ze zei nog wel dat het wel kon wachten tot na het weekend als we toch richting Hobart gingen. Nou niet dus, gelukkig zijn we toch maar gegaan.

Na een gebroken nacht waarin m’n moeder niet goed haar plekje kon vinden zo op d’r rug met haar zere arm in die onhandige Mitella, ging ’s morgens vroeg alweer het wekkertje omdat we namelijk een ferry geboekt hadden richting Maria Island. M’n moeders arm was inmiddels flink paars/zwart aangelopen dus vroegen we ons af of we nog wel moesten gaan. Maar daar wou m’n moeder niks van weten, die had er zelf ook wel zin in om een dagje er op uit te gaan.

Na een flinke dosis cafeïne pakten we in de haven van Triabunna de ferry die ons in 30 minuten naar Maria Island bracht. De kapitein vertelde ons dat Maria Island het enige national park -eiland- van Tasmanië is. Dat het een rijke historie heeft en dat je er veel wild life tegen komt. We waren benieuwd!

Maria Island is een eiland gelegen in de Tasman zee, aan de oostkust van Tasmanië. Maria Island is alleen te bereiken met de ferry. Er zijn geen winkels en auto’s zijn niet toegestaan, maar dat is wat het eiland juist zo aantrekkelijk maakt. Alles kan je lopend af. Je kan er een kamer huren zodat je meerdere dagen kan wandelen of je kan met je tentje met een hike meegaan. Maar wij hielden het bij een dag tripje.

Eenmaal aangekomen begonnen we met een van de zogezegde hoogtepunten van het eiland, de Painted Cliffs. Deze Cliff heeft wel wat weg van de Pancake Cliffs in Nieuw-Zeeland. Voor wie geen van beide eerder heeft gezien; zie het als een grote spek-koek, allemaal laagjes steen in verschillende tinten.

Eenmaal aangekomen stond er een Nederlands koppel, denk aan een vrouwelijke en mannelijke Ellie Lust, met allebei precies hetzelfde korte kapsel en natuurlijk.. geheel in unisex, te mopperen dat het vloed was en ze dus een deel van de cliff niet konden bewonderen. Dat ze dat wel even hadden kunnen melden op de ferry!!! Nou wij waren natuurlijk niet bang voor wat avontuur dus wij klauterden als de golf zich terug trok om de rotsblok heen waardoor je in een soort kom terecht kwam waar je goed kon staan en de cliff goed kon bewonderen. Tot onze grote hilariteit kwamen Bert en Ernie ook achter ons aan.. Maar je raad het al.. Ernie kreeg natuurlijk een golf water over d’r schoenen heen waarna Bert de volle laag kreeg dat ze nu ook nog eens natte schoenen had!!! Tot overmaat van ramp, voor Bert en Ernie, stond m’n moeder ook nog eens met d’r gebroken arm eerder aan de andere kant van de cliff dan ons, bleek je er boven langs heel makkelijk naartoe te kunnen lopen. Ha Ha

Na daar een uurtje te hebben vertoefd zijn we via het bos richting het tweede hoogtepunt van eiland gelopen, de Fossil Cliffs. Hier kwamen we een deel van de oude historie van het eiland tegen. Namelijk oude gebouwen uit de tijd dat Maria Island werd gebruikt als strafkamp/gevangenis. Dan voel je je weer even kind op ontdekkingstocht hoor.. Lekker rondneuzen en overal naar binnen klauteren. Nadat we het bos uit kwamen pakten we een pad over een soort stuk heide. De hele weg richting de Fossil Cliffs keken we onze ogen uit en kwamen we voor het eerst echte kangaroo’s tegen. Niet een stuk of drie/vier, nee wel tientallen bij elkaar. Echt bijzonder. We moesten het natuurlijk allemaal wel van dichtbij bekijken dus slopen we langzaam steeds dichterbij. Op een gegeven moment stonden we denk ik zo’n 10 meter voor hun neus dat ze allemaal met hun koppies onze kant op keken.. waaronder ook de leider van de groep. Wauw, wat een reusachtige gespierd dier. Ik denk dat het mannetje, de leider, oog in oog kan staan met Tomas. Na wat foto’s te hebben gemaakt vond de leider het denk ik wel welletjes en nam de benen. Langzaam gevolgd door de rest. Wederom keek ik m’n ogen weer uit.. hoe ze zo weg hoppen met die gespierde benen, ik denk dat ze wel 3 meter per sprong pakken. Het ziet er zo machtig mooi uit, echt bijzondere dieren.

Na een uur kwamen we bij de Fossil Cliffs aan. Het was inmiddels pittig afgekoeld en er waren wolken tegen de berg blijven plakken waardoor het ook lekker nevelig was. Je kon ook nog verder omhoog maar zijn halverwege afgehaakt omdat het te mistig werd. Maar niet getreurd hoor.. het uitzicht vanaf de rand van de Fossil Cliffs was echt fantastisch. Ik voelde me Queen of the world ? wauw wauw wauw. Grote golven beukte tegen de kanten en zorgde voor onwijs hoge op spattingen. Gino en ik zijn, ondanks m’n moeders grote ongenoegen, op een rots gaan zitten vlak langs de cliff om het hele tafereel goed te kunnen bewonderen. Je voelt gewoon echt zo’n adrenaline in je borst als je die diepte ziet met die grote golven die bulderend de kant raken en dan het uitzicht.. alsof je er even boven zweeft. Na ongeveer een uur zijn we ook hier weer weg gegaan, terug naar de ferry waar ons warme chocolade melk stond te wachten want we waren inmiddels flink verkleumd.

Maria Island vonden we echt fantastisch. Boven verwachting, het leek af en toe allemaal wel opgezet zo mooi als het was. Hopelijk, als we hier over een paar jaar weer mogen komen, is Maria Island niks veranderd. Hangt er net zo’n relaxte sfeer. Is alles nog steeds zo puur, geen auto’s, geen winkels of massa toerisme.

Dus sssst.. geheimpje niet doorvertellen!

Tasmanie

Tasmanie

Nou, daar zijn we weer hoor. Na heel veel kilometers hebben we dan eindelijk weer een verslag. We hebben weer veel beleefd en gezien. Dit keer niet met z’n tweeën, maar met z’n vieren. Laten we beginnen bij het begin.

Op veertien februari zijn we vroeg ons bed uitgegaan en richting het vliegveld van Melbourne gereden. Het vliegveld was aan de andere kant van Melbourne, dus twee uur rijden. Het was die dag een speciale dag waar wij erg naar uit keken. Vanaf die dag zouden Carina en Gino een maand lang samen met ons meereizen.

Ze landde rond een uur of negen in de ochtend en waren rond een uur of tien door de douane. Wij waren al een tijdje aanwezig en waren rondjes aan het rijden totdat we ze op konden pikken. Parkeren op het vliegveld is namelijk vijftien dollar per kwartier. Bizarre prijzen, dus dan maar rondjes rijden. Uiteindelijk werden we gebeld door Gino dat ze klaarstonden bij de one minute pick-up. Wij kwamen aanrijden met onze gele Sunny vlak achter een dikke Rolls-Royce. Gino en Carina stapte in en daar gingen we. Op weg naar onze camping in Warragul. Eindelijk kon Kim haar mams en broer weer zien en omhelzen.

Op onze camping hadden we van tevoren al van alles klaargemaakt. We hadden vlaggetjes gekocht en een toblerone cheesecake gemaakt. De dag dat Carina en Gino in Australië aankwamen was Carina namelijk jarig en 26 jaar getrouwd. Dit moesten we natuurlijk wel even vieren. ’s Avonds konden we even heerlijk bijkletsen onder het genot van zelfgemaakte Thaise gerechten. In onze camper kan met behulp van planken een derde bed gemaakt worden in de pop-top. Hier ging ik de komende tijd slapen als lichtgewicht. Carina kon dan naast Kim beneden. Een prima oplossing, maar wel een gedoe om alles elke avond weer op te bouwen.

Het eerst plan was om een paar dagen na aankomst The Great Ocean Road af te rijden, de 22ste van maart naar Tasmanië te gaan en na Tasmanië Melbourne te bezoeken. Dit plan werd al snel gewijzigd. Het werd een paar dagen wat minder weer, dus besloten we eerst Melbourne te doen, dan Tasmanië en daarna The Great Ocean Road. We zijn dus in de eerste week naar Melbourne geweest om daar alles met ze te ontdekken. Heerlijk rondlopen en koffietentjes afgaan. Uiteindelijk zijn Kim en Carina naar Fitzroy gegaan om allemaal vintage winkeltjes af te gaan. Lijkt op de negen straatjes van Amsterdam. Gino en ik zijn naar een gigantisch casino gegaan aan de andere kant van het water. Tegen het einde van de middag hadden we weer met elkaar afgesproken om naar de Victoria food market te gaan waar Kim en ik al eerder waren geweest. Hier keken we met z’n allen opnieuw onze ogen uit hoeveel lekker eten je voor het kiezen had. Heerlijk!!

Op 21 februari moesten we vroeg in de ochtend inchecken bij de Spirit of Tasmania. Dit is de enige boot die jou en je auto mee kan nemen naar Tasmanië. We waren mooi op tijd en konden als een van de eerste door naar de controle. Van te voren hadden we al gelezen dat ze heel erg streng zijn wat betreft eten meenemen naar het eiland. Het voelde nog strenger dan bij de douane van het vliegveld. Elke auto werd ondervraagd en al je groente, fruit en dierlijke producten moest je afgeven en achterlaten. Het was een heel gedoe, aangezien onze hele auto vol zat met bagage. Gelukkig hadden we alle spullen die niet mee mochten in een tas gedaan en mochten we zonder de hele camper te doorzoeken doorrijden. Ohja, wel nog even een elastiekje met een papiertje om de gastank, dat is namelijk veel veiliger….

Tasmanië is ongeveer 2 keer groter dan Nederland en telt ongeveer 600.000 inwoners. Bizar om dan te horen dat Nederland zijn 17 miljoenste inwoner heeft gekregen. Het duurt ruim 9 uur om er te komen met de boot. Tasmanië is de meest zuidelijk plek van Australië, dus je gaat letterlijk down under in down under. De boot zelf was vrij luxe. Je had er een bioscoop, lekkere stoelen om in te loungen en natuurlijk een gameroom. Gewoon een groot huis op het water. De heenreis hadden we echter wel voornamelijk geslapen.

Om zeven uur ’s avonds kwamen we aan bij Devonport. We hadden nog geen camping geregeld, maar dat was ook niet het eerste waar we aan dachten dat we van de boot afreden. We dachten alleen maar….. Honger! Snel de Mc Donalds in de Tom Tom en gaan. Gelukkig nam er nog iemand de telefoon op bij een camping in de buurt, zodat we na het eten de camping op konden. Het begon al donker te worden, dus snel de tent opzetten. Terwijl we de camping overliepen viel het ons al op dat er af en toe iets wegschoot in de schaduw. Dat we bij de camper aankwamen konden we duidelijker zien wat het precies was. Honderden Walibi’s over de hele camping verspreid. Super bijzonder. Onze eerste ontmoeting met Tasmanië was al goed. Wel overal Walibi poep, dus Gino moest even goed kijken waar hij z’n tentje neer ging zetten.

De volgende dag zijn we doorgereden naar een oud stadje ten zuiden van Launceston genaamd, Evandale. Dit scheen een historisch stadje te zijn. Als een Australiër zegt dat een gebouw of stad historisch is, moet je er vanuit gaan dat jouw huis in Nederland ongeveer uit hetzelfde bouwjaar komt. Veel geschiedenis kent Australië zoals het nu is niet. In Evandale hebben we even koffie en Chai tea gedronken en kregen we een tip dat we tijdens onze trip door Tasmanië zeker langs het strand Seymour moesten gaan. Even genoteerd dus.

Vanuit Evandale zijn we direct doorgereden naar Binalong Bay aan The Bay of Fires. Hier had ik een freecamp gevonden, dus dat leek ons wel wat. Onze rit er naartoe was al prachtig, maar wat we bij de freecamp aantroffen was echt overweldigend. Denk aan een heuvel met aan twee kanten strand met super blauw water en spierwit zand, waar elke nacht pinguïns aankomen om te overnachten. Dit was het strand waar wij dus ook een oververmoeide Pinguïn aantroffen, wat volgens de locals niet zo vaak voor komt. Wij stonden met onze Sunny bovenop de heuvel met de keuze naar welk strand je wilt. Een verschrikkelijk dilemma op dat moment. Ohja, er was nog iets wat we moesten doen. Genieten!

Na 2 nachten op de prachtige freecamp te hebben gestaan zijn we doorgereden langs de kust richting het zuiden. Langs deze weg zouden we ergens een afslag moeten nemen richting de plek Seymour. De eerste keer reed ik er, nog genietend van het landschap, met volle vaart voorbij. Even keren en het kleine bordje met de afslag vinden. We reden een soort off-road pad op en hadden geen idee waar we heen moesten. Er stonden hier vooral hele mooie huizen en privé wegen. Uiteindelijk vonden we een kleine afslag die richting het water leidde. Hier konden we echter niet met onze Sunny doorheen, dus parkeerde we hem langs de weg om vervolgens te voet verder te gaan. We moesten, met onze zwembroeken, een klein stukje door de bush bush om iets tegen te komen wat we allemaal niet hadden verwacht….. Een prachtig strand, zonder mensen, kilometers lang met opnieuw spierwit zand en dit keer heel kalm, glashelder water. We vlogen met z’n allen direct de mooie zee in. Wat een verassing. Eigenlijk gewoon een privé strand. Hier beseften we gelijk hoe prachtig en onontdekt Tasmanië nog is. De geluksmomentjes die je dan weer onverwachts tegenkomt.

We zijn die avond op een camping gebleven in Bicheno. Niks bijzonders, gewoon een camping om onze voorraad eten en water weer aan te vullen en om door te reizen naar de volgende bestemming, Friendly Beaches in Freycinet national park. Om in deze parken te komen heb je een speciale kaart nodig, waarmee je een kleine bijdrage levert om de parken schoon te houden.

Elke route die we tot nu toe hadden gereden was prachtig en de route richting Friendly Beaches was daar geen uitzondering van. De laatste 25 kilometer moesten we dwars door de bossen heen over een grindweg. Af en toe had ik het idee dat de auto uit elkaar zou schudden, maar de 30 jarige Toyota hield het goed vol. Aan het einde kregen we tijdens het rijden een korte blik van de zee met prachtig uitzicht. Er stond ons weer wat moois te wachten. Bij aankomst kwamen we wederom op een prachtige plek aan waar veel surfers waren. Het water was wat ruig en de golven waren dan ook vrij hoog. De plek waar we konden staan met de camper en het tentje was direct aan het strand, maar wel afgeschermd voor de wind. Dit was ook de plek waar we peter tegenkwamen. Peter was een kleine nieuwsgierige Walibi die niet bang was om dichtbij te komen. We hoorden wat geritsel buiten en ontdekten dat Peter zichzelf onder onze stoel had verstopt. Hij is elke avond en ochtend terug gekomen om ons te begroeten (en natuurlijk voor een wortel).

Zwemmen op het strand van Friendly Beaches was wat uitdagender. De golven waren hoog en vrij krachtig. We waren de laatste dag op dit strand allemaal lekker aan het zwemmen en bodysurfen, totdat er een gigantische golf aankwam. Carina pakte de kans om op deze golf te gaan bodysurfen, maar dat pakte niet zo goed uit. Zoals Carina het tijdens de vakantie aan iedereen vertelde ging het als volgt…. “I was swimming in the sea, and then there comes a big wave, that put me down on the ground, and now its broken”. Carina werd meegenomen door de golf en werd door de kracht van de golf met haar schouder op de grond gesmeten. Het was gelijk al duidelijk dat er iets niet goed was, maar nog niet dat het gebroken was. Achteraf hoorden we dat de grote golven waren ontstaan door een tyfoon op de Fiji eilanden.


We zijn de dag erop weer uit het national park gereden, om vervolgens in Triabunna een dagtripje voor de volgende dag naar Maria Island te boeken. Je wilt natuurlijk zo veel mogelijk zien tijdens je twee weken op Tasmanië en we hoorden dat Maria Island de moeite waard moest zijn. Na het boeken van de trip kwamen we op onze camping, waar direct de eigenaar naar ons toe kwam en vroeg wat er gebeurd was met Carina’s arm. “And then there comes a wave…..”

De camping eigenaar had nog wel een vriendin in de buurt wonen die zuster van beroep is. Misschien dat zij wel even langs kon komen om naar Carina haar arm te kijken. Tijdens het avondeten kwam de vrouw langs en vertelde dat het mogelijk toch gebroken kon zijn en dat het het beste zou zijn om diezelfde avond nog naar het ziekenhuis in Hobart te gaan. Hier ontdekte wij ook pas hoeveel pijn Carina had, dat ze haar arm nauwelijks kon bewegen. Ze had zich veel te stoer gehouden tegen over ons. Die avond zijn Carina en ik dan ook gelijk de 2 uur durende rit dwars door de bergen richting Hobart gaan maken richting het ziekenhuis. Na lang wachten en tien keer dezelfde vragen van verschillende artsen in opleiding, werd het door middel van een foto duidelijk dat haar arm gebroken was. Vlak onder de kop van haar schouder. Maar ze hadden ook goed nieuws want het was een mooie breuk, het bot stond nog netjes op elkaar dus de komende 6 weken een Mitella dragen was voldoende. Ze moest alleen na een week een vervolg afspraak maken in Melbourne om te kijken of het ook daadwerkelijk goed aan elkaar groeiden. Met een mooie blauwe Mitella en een doos aan pijnstillers vervolgden wij onze 2 uur durende tocht terug naar onze camping in Triabunna, waar wij voor de volgende dag alweer vroeg de ferry naar Maria Island geboekt hadden.

Melbourne

Melbourne

Hey, how you doing?

Zo begroet iedereen je hier in Australië. Niet omdat ze dat nou zo graag willen weten maar gewoon puur uit gewoonte. Tomas en ik hadden op het begin zo iets van.. Moeten we hier nou telkens op reageren? Kunnen we niet gewoon alleen ‘hallo’ terug zeggen. Kan, maar dan voel je je ook een beetje lullig dat je niet op hun vraag reageert. We hebben het even nagevraagd en gebruikelijk is dat je gewoon terug reageert met bijvoorbeeld: ‘fine, how are you?’ en dat de ander daar dan weer op reageert met: ‘good, thanks’ en dan is het klaar. Maar sommige mensen reageren dus niet terug.. dan hangt je vraag in de lucht. Sta je voor de kassière ‘fine, how are you?’ stilte… dan voel je je ook een beetje stom. Dus nu reageren we gewoon terug met ‘fine, thanks!’ Ha ha wat een gedoe!

Welkom in.. Australië!!
Ik moest de eerste twee weken eerlijk gezegd wel weer even wennen hoor. Ik was natuurlijk de eerste week grieperig, kwamen we van het tropische Thailand aan in Sydney met regenachtig, fris Hollands weer en belanden we in een dormroom met nog zes anderen mensen. Daarnaast was alles opeens zo ontwikkeld, iedereen spreekt goed Engels en alles heeft weer westerse prijzen. Maaaarrrr ik heb m’n draai nu gevonden hoor en ben ik inmiddels helemaal weer gewend dat we niet meer af kunnen dingen, dat we niet continu aangesproken worden met ‘Hello, toek-toek? special price for you!’ Dat iedereen ons nu goed kan verstaan en wij hen andersom ook. Dat je niet meer constant alert hoeft te zijn dat je misschien opgelicht wordt en vooral dat we niet meer voor € 1,80 op de hoek van de straat een heerlijke maaltijd kunnen scoren, maar in plaats daarvan voor € 15,00 elke avond zelf moeten koken. 😛  Maar ik klaag niet hoor.. we zijn onwijs gelukkig en hebben het weer onwijs naar ons zin.

Zoals jullie waarschijnlijk al gelezen hadden hebben we nu ons eigen plekje. Onze Sunny is inmiddels helemaal eigen gemaakt en voelt het echt als thuiskomen na een dagje weg. We worden ook telkens aangesproken door mensen die ons busje zo fantastisch vinden. Laatst werden we bijvoorbeeld aangehouden door een hippie achting Australisch stel met een geel/wit camper busje (geel aan de bovenkant wit aan de onderkant). Ze draaiden hun raampje open en wilden weten wat de naam is van ons busje; ‘Sunny’ zeiden wij ‘O nice! This is Cheesecake’ zeiden ze tikkend op hun busje. Ha Ha En ook telkens als we op de camping lopen tussen alle grote, wit- glimmende luxe campers en daar tussen ons schattige gele campertje zien opdoemen zijn we maar al te trots op onze aanwinst.

We staan nog steeds op dezelfde camping in Warragul, 1 1/2 uur buiten Melbourne. Hier konden we de laatste puntjes op de i zetten. Nog een keer grondig de camper schoonmaken, kleine dingetjes dicht kitten waar we met regen nog wel eens wat water naar binnen kregen, laatste spulletjes gekocht en dingen geregeld zoals tax file nummers, pasjes etc.

Wat ook nog wel leuk is om te vertellen is dat ze hier op de camping hele hoge bomen hebben waar bij zonsop- en ondergang honderden vogels hun intrek nemen. T zijn echt prachtige witte vogels (soort witte papegaaien) alleen ze maken een herrie!!! Het lijken wel apen af en toe, echt lach wekkend. Luister de opnamen hieronder.

 

Wegens eerdere ongemakken met de trein was het treinverkeer van en naar Melbourne tot 8 februari gratis. Zo zijn we al mooi 3x gratis Melbourne op en neer geweest. Alvast de omgeving verkennen zodat we weten waar het leuk is om m’n moeder en broertje straks mee naartoe te nemen. Hadden wij weer even mazzel!

Even wat info over Melbourne; Melbourne ligt 800 km van Sydney aan de zuidoostkust van Australië en is de hoofdstad van de Australische deelstaat Victoria. Melbourne wordt genoemd als een van de leukste steden van Australië. Al vinden wij dat de stad lang niet kan tippen aan onze gezellige steden als Amsterdam, Utrecht of bijvoorbeeld Haarlem toch kom je af en toe wel wat van deze sferen tegen. Zo heb je bijvoorbeeld veel street-art op straat. Hebben ze bij Flinders street meerdere gezellige straatjes vol barretjes, koffie en eettentjes en heb je op Fitzroy winkelstraatjes die wel wat weg hebben van de negen straatjes in Amsterdam. Biologische supermarktjes, koffie- en eettentjes en veel unieke winkeltjes met vintage kleding en spulletjes. Daarnaast staat Melbourne bekend als DE culturele stad van Australië. Vol evenementen met toneel, theater, klassieke muziek, opera, stand-up comedy etc. Ook heeft Melbourne veel leuke markten. Zo zijn we een dagje naar de beruchte Queen Victoria market geweest en de Victoria night Market allebei erg leuk. De een heeft wel wat weg van de zwarte markt (je kan daar echt alles krijgen van kleding tot groentes, vlees of vis) en de ander heeft wel wat weg van de food hallen in Amsterdam. Kortom, genoeg vermaak dus.
Het is inmiddels aftellen geblazen. Nog vier dagen en dan is het zover!!

We hebben nu 3 maanden van onze reis d’r op zitten en gaan nu onze 4e maand in waar m’n moeder en broertje van mee mogen genieten. Echt heel leuk en bijzonder om onze avonturen met hun een maandje te delen. M’n moeder en broertje landen op 14 februari om 9 uur ’s morgens. We halen ze op van het vliegveld waarna we voor twee dagen terug naar deze camping in Warragul gaan zodat ze even lekker bij kunnen komen van hun lange reis. Veertien februari is tevens ook de verjaardag van m’n moeder plus de trouwdag van mijn ouders. Een dubbele feestelijke dag dus die m’n vader dit jaar zonder m’n moeder moet vieren.. Aaaaaah!!! Uiteindelijk hebben we het plan om de 16e richting de Great Ocean road te rijden om deze route in ongeveer drie dagen af te leggen waarna we de 22e de ferry zullen nemen richting Tasmanië waar we twee weken rond zullen touren. We houden jullie weer op de hoogte!

Sydney

Sydney

Nou daar zijn we weer hoor. Dit maal komt ons verslag uit Australië. We hebben een tijdje niets geplaatst, omdat we druk bezig waren met het ontdekken van Sydney, het zoeken naar een geschikt campertje, het inrichten van ons campertje en onze reis richting Melbourne. Laten we beginnen bij het begin.

Op 6 januari 2016 kwamen we na een lange vlucht, inclusief 8 uur wachten in Taiwan, aan in Sydney. Het regende vrij stevig en het voelde voor ons een beetje koud aan. We moesten met de trein vanaf het vliegveld naar ons Hostel toe, genaamd Bounce hostel. Gelukkig was het hostel vlak naast central station. Het zou de eerste keer worden dat we op een dormroom zouden slapen. Samen met 6 anderen dus op 1 kamer. Na het inchecken kregen we de pas voor onze dormroom en konden we het hostel even verkennen.

We hadden geluk dat de kamers en het hostel heel erg schoon waren en de faciliteiten vrij luxe waren. Grote keuken om lekker te koken en schone douches en wc’s. Lekker even bijkomen van onze lange vlucht en een goed startpunt om een campertje te zoeken.

Tijdens de vlucht en eigenlijk daarvoor al was Kim een beetje ziek geworden. De airco in het vliegtuig hielp ook al niet echt mee. Kim moest dus in Sydney uitzieken. We hebben wel gewoon veel dingen gedaan en gezien, maar het was voor Kim wel even zwaar.

Sydney zelf is onwijs duur. Alcohol kan je wel vergeten en luxe eten kopen ook. Gelukkig was er in ons hostel een goede keuken waar we zelf konden koken. Dit hebben we dus ook uitgebreid gedaan. Heerlijk.

Zoals ik al eerder zei, was ons doel om in Sydney een campertje te kopen, zodat we zo snel mogelijk uit de dure hostels konden. We hebben dus ook dagen rondgezocht op het internet. Helaas is dat in Sydney nog niet zo gemakkelijk. Australië loopt ontzettend op achter wat betreft gratis internet. Heel bizar dat je een bak geld neer moet leggen voor een hostel overnachting en dan nog eens bij moet betalen om gebruik te kunnen maken van het internet. Het schijnt dus dat dit vaak het geval is in Australië. Zelfs in de goedkoopste accommodaties in Thailand was internet gratis. We zijn dus eerst bezig geweest om een bankaccount te openen bij de commonwealth bank en een simkaart te kopen met internet. Pas toen we dat voor elkaar hadden, konden we nog actiever gaan zoeken naar een campertje.

Het was niet gemakkelijk om een campertje te zoeken naar onze smaak. We wilden graag, aangezien we er een jaar in gaan reizen, een wat hogere camper waar ik in kan staan. Het liefs dus ook geen omgebouwd busje. We hadden er een aantal op het oog, maar die bleken uiteindelijk toch niet goed te zijn. Of ze waren motorisch niet helemaal goed of ons gevoel was niet goed. Dit laatste was het geval bij een campertje die we bezochten. Deze was van een oudere man, maar toch ook weer niet van hemzelf en het viel Kim op dat hij aardig lekte. Hier had de verkoper geen duidelijk antwoord op. Op niks had hij een duidelijk antwoord. Dat ik vroeg of hij veel bezichtigingen had gehad, zei hij dat hij er een paar had gehad, maar geen van hen terug had gebeld en hij dus ook niet wist waar de mensen over vielen. Dit vond hij heel vervelend. We hadden afgesproken dat we er over na zouden denken en dezelfde avond terug zouden bellen met een bod of dat we er vanaf zagen inclusief uitleg waarom. Zoals ik al eerder zei was mijn gevoel en die van Kim niet helemaal goed bij het hele verhaal van de man, dus belde ik op dat we er vanaf zagen. Dan zal je natuurlijk zien dat ons gevoel goed was. De man wilde niet eens luisteren naar mij waarom we de koop niet deden. Hij hing gewoon op. Hier werd ik natuurlijk wel een beetje pissig van, maar aan de andere kant is het gewoon zielig voor hem dat hij zo is. Altijd naar je gevoel luisteren dus. Ben blij dat we hem niet van hem gekocht hebben.

Uiteindelijk na heel veel rondspeuren op het internet kwamen we uit bij een geel campertje met pop top roof. Het dak kan dan omhoog, waardoor je in de camper kan staan. De foto’s waren wat slecht genomen, dus vandaar dat hij ons niet eerder opviel. We hadden bericht of we hem konden bezichtigen. Helaas kregen we een bericht terug dat de camper al zo goed als verkocht was. Helaas. Na nog meer rondspeuren raakten onze opties een beetje op, totdat we 2 dagen later een berichtje kreeg van Daniel van de gele camper. De camper was nog niet verkocht. Het lukte de koper niet om duidelijke afspraken te maken, dus dat schoot niet op. Hij zei dat als we wilde, we hem diezelfde dag konden bezichtigen. Wij hadden natuurlijk geantwoord dat we dat wel wilden en zijn die middag naar Manly gegaan.

Om bij Manly te komen moet je de Ferry vanaf the famous opera house nemen. Op deze manier hebben wij dus Sydney ontdekt. Door elke keer campertjes te zoeken hebben we veel stukken van Sydney gezien. In Manly werden we opgepikt door Daniel met het gele campertje. We waren stiekem al opslag verliefd op het campertje. Daniel was een hele vriendelijke man die ons graag de camper wilde laten zien. Het was een oud campertje, maar technisch nog in een goede staat. Hij was nog nooit door een backpacker verwaarloosd in het onderhoud. Er was recentelijk nog van alles aan vervangen en er zat een nieuwe REGO (registratie) tot eind 2016 op. Helemaal prima dus.

We gingen naar een iets rustigere plek toe om de camper goed te bezichtigen en om een testritje te maken. Terwijl Kim de buitenkant checkte en vragen stelde aan Daniel ben ik de technische staat van de camper gaan bekijken. Hij zag er heel goed uit. Wel natuurlijk een paar kleine mankementen, maar makkelijk zelf op te lossen. Er zat zelfs een klein keukentje in met kookpitje, magnetron en koelkast. We konden wel zien dat we er wat leuks van konden maken. Het enige wat er niet in zat, was een twee persoons bed. Hier had ik zelf wel wat ideeën over hoe we dat op konden lossen.

Die avond zijn we terug naar ons hostel gegaan om alles even te laten bezinken. We hadden afgesproken de volgende ochtend contact te hebben. Wij waren beide dol enthousiast en wilden graag een bod doen. Natuurlijk konden we niet té enthousiast over komen, want dan is het voor hem duidelijk dat we hem graag wilden hebben. De volgende ochtend hadden we een bod gedaan. Natuurlijk een stuk onder de verkoopsprijs, maar wel redelijk. Daniel ging akkoord met ons bod zonder te onderhandelen. Hij gunde het ons en vond het leuk dat we de camper een beetje op gingen knappen. Gekocht dus!! Het enige wat we nog voor elkaar moesten krijgen was om al het contante geld op te pinnen. Hier hadden we een paar dagen voor nodig, aangezien je maar 500 euro per pas per dag op kan nemen in het buitenland. We hebben dan wel een aantal passen met meerdere rekeningen, maar daar red je het niet in één dag mee.

Drie dagen later hebben we ons campertje opgehaald en overgeschreven op onze naam. Dit was nog even een gedoe, aangezien je een adres moet hebben of een bewijs dat je ergens voorlopig verblijft. Gelukkig was ons hostel zo vriendelijk dit naar ons te mailen en konden we de overschrijving voltooien. Nadat dat geregeld was hadden we het pak met 50jes overhandigd aan Daniel en was de camper officieel voor ons. We waren dolblij met onze aankoop, vooral omdat het vanaf het begin af aan al goed voelde. Onze camper is een vrolijke gele Toyota Hiace uit 1983. Het is een oud hippie campertje, waarvan gezegd wordt dat ze niet stuk te krijgen zijn en het onderhoud goedkoop is. Helemaal top dus! We hadden bedacht dat het campertje wel een naam moest hebben, dusssss……. Aangezien hij een zonnige uitstraling heeft, noemen we hem ‘Sunny’! Zie hieronder de foto’s van onze Sunny.

Het was wel even wennen om aan de verkeerde kant van de weg, met het stuur aan de verkeerde kant en met je linkerhand schakelen. Dan ook nog eens dwars door het drukke Sydney om je tassen bij het hostel op te halen. Gelukkig ging alles goed en konden we zo snel mogelijk de binnenstad uit om schoonmaakspullen te kopen en een camping te zoeken.

Ons oorspronkelijke idee was om het campertje de dag dat we hem kochten, direct goed schoon te maken zodat we een lekker fris huisje zouden hebben. Helaas was de dag sneller om dan we dachten en kwamen we pas laat bij een camping iets onder Sydney aan. Uiteindelijk was het maar goed dat we het niet in een middagje konden doen, want we zijn de dag erna de hele dag bezig geweest met schoonmaken. Er kwamen constant mensen naar ons toe om te zeggen dat ze het een gaaf campertje vonden en dat ze ons al de hele dag zagen boenen. Tja, moet toch gebeuren he. Het campertje was volgens ons al in tijden niet schoongemaakt en alle troep van de vorige eigenaar zat er nog in.

We zijn de dagen erop druk bezig geweest om te bedenken hoe we het beste een bank/2 persoons bed konden maken in de camper. In het campertje zat een raar 1 persoons opklapbed. Uiteindelijk hebben we besloten een hoekbank te maken met opbergruimte eronder. We waren al eerder in een Bunnings geweest (soort grote Gamma). Ik raakte gelijk al enthousiast toen ik hoorde dat ze voor heel weinig je hout zagen en snijden. Je moest natuurlijk wel een duidelijke tekening laten zien. Aangezien het de dagen dat we wilden bouwen wat regende, hadden we de garage van Bunnings gebruikt om alles in elkaar te zetten. Droog en handig als je wat vergeten bent.

Uiteindelijk zijn we de hele dag bezig geweest om alles in elkaar te bouwen. Aangezien we geen accutol hadden, moest alles met de hand. De blaren zijn ondertussen alweer bijna weg. Maar…… het resultaat mag er wezen. We moesten alleen nog op zoek naar een goed schuim matras. Na zoeken en vragen kwamen we daarvoor bij een schuimspecialist uit. Het schuim was wel wat duur, maar uit ervaring weet ik natuurlijk dat dat het altijd waard is. Zie hieronder de foto’s van onze bouwkunsten in de parkeergarage en het uiteindelijke resultaat.

Na een aantal dagen op de camping te zijn geweest, veel inkopen te hebben gedaan voor onze Sunny en mijn verjaardag nog even tussendoor gevierd te hebben, zijn we op 20 januari gestart met onze eerste rit richting Melbourne. De rit was ongeveer 1000 kilometer. Tijdens de rit hadden we besloten om gratis kampeerplekken te zoeken om op ons dag budget wat te besparen. De reis was onwijs mooi. We kwamen langs mooie uitgestrekte stranden en prachtige uitzichtpunten. We zijn zelfs een tweede Sunny tegengekomen, waardoor we natuurlijk gelijk een praatje hadden. Natuurlijk was die van ons elke keer weer mooier. De gratis kampeerplekken in Australië zijn meestal goed geregeld. Er is soms een douche aanwezig en één keer konden we, mochten we dat willen, gebruik maken van een zwembad. Sunny hield het de rit goed vol en had geen zin om veel harder dan 90 km per uur te gaan. Berg op was natuurlijk flink terugschakelen, maar uiteindelijk bereik je de top wel. We hebben geen haast. Na vele kilometers zijn we aangekomen in Melbourne. We zitten iets ten oosten van Melbourne in het stadje Warragul. Een rustig stadje en op een leuke camping. Alle faciliteiten zijn nieuw en alles is schoon. Voorlopig zitten we hier en gaan we even kijken of we, voordat Carina en Gino komen, nog werk gaan zoeken of dat we de boel in Melbourne een beetje gaan verkennen. Voorlopig zijn we nog even burgerlijk wasjes aan het doen, lekker koken en wijntjes aan het drinken. Niet verkeerd. Op het moment dat Carina en Gino komen zullen we met z’n vieren Tasmanie ontdekken en waarschijnlijk nog The Great Ocean Road afrijden. Niks te klagen dus hier.

Dit was weer een lekker lang verhaal, maar nu is iedereen weer op de hoogte van onze reis. Nu ga ik weer verder met de was. Doei!